SNIPPERS VAN DE STRAAT – dzb

In het voorbijgaan vallen mij die werkers op van de ‘De Zijl Bedrijven’. De DZB is het sociaal werkbedrijf en re-integratiebedrijf van de gemeente Leiden, dat tevens voor de gemeenten Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude taken uitvoert. De DZB organiseert zowel werk voor mensen met een arbeidsbeperking – beschut werk, leerwerktrajecten – als ondersteuning voor werkzoekenden die in de bijstand zitten naar regulier betaald werk.’

Op hun website lees ik: ‘DZB Leiden zet zich in voor een wereld waarin iedereen meedoet. Waarin we oog hebben voor elkaar en elkaar zien voor wat we waard zijn. En vooral: waarin we het beste in elkaar naar boven halen. Misschien is dat wel wat ons werk zo bijzonder maakt: we geloven in de kracht van ieder mens. Daarom begeleiden we zoveel mogelijk mensen naar werk. Want werk geeft je eigenwaarde, maakt je gelukkig, zorgt voor persoonlijke ontwikkeling en maakt je trots. Werk is belangrijk. Voor iedereen.’

Ik stop en maak een praatje. ‘Ja, ik ben een echte Schollekop, ik kom uit Schevingen. Toen ik twee was verhuisde mijn vader naar Gouda. Ik ben in augustus jarig, de vorige week. Ben nu 47 geworden. Het is mooi werk hier buiten, altijd in de buitenlucht.’

Hij komt met zijn volle kruiwagen met gesnoeid groen naar me toe, hij haalt de dopjes uit zijn oren en vraagt: ‘Ken je dat? Nicaragua, El Salvador? Guerrilla?’ Ik knik en hij vertelt in vurig Spaans, met een enkel Nederlands woord, over strijd in de jungle en hij gebruikt daarbij zijn schoffel als geweer. Ik laat hem weten dat ik zijn herkomst herken en noem de naam Che Guevara. Meer Spaans beheers ik niet. Hij salueert en stroopt zijn mouw op.

Wat later kom ik hem op meer plekken tegen. ‘Che’ zoals ik hem nu noem, houdt op met schoffelen en zijn uitbundige groet schalt over het plantsoen. De derde keer maant hij mij dat ik nu wel moet trakteren en somt die drie momenten op. De traktatie is dan ook voor zijn maten. Hij wijst ze met zijn de stok aan en noemt hun namen en stelt ze daarmee nog eens aan me voor. Hij herhaalt dat rondje nog eens en dat het Vietnamese loempia’s moeten zijn. Er wordt glimlachend geknikt. Zijn oordopjes bungelen op zijn borst, ik hoor het ruisende geluid en vraag wat hij hoort. ‘Dat is Charly Parker hier uit Amsterdam.’ De schoffel wijst die richting op. ‘Je weet dat hij hier in Amsterdam woonde?’

‘DZB is op hoofdlijnen onder te verdelen in enerzijds diverse productie-eenheden. Zo bestaat de chocoladefabriek van DZB inmiddels meer dan 25 jaar en heeft in de loop der tijd honderden mensen met een beperking een vertrouwde werkplek geboden. Ook in groen, schoonmaak, businesspost, catering en montage is DZB actief. Overigens biedt DZB binnen deze bedrijfsonderdelen ook ruimte aan kleine, startende ondernemers indien dit bijdraagt aan de werkgelegenheid voor werkzoekenden. Anderzijds is DZB een echte dienstverlener die met de afdeling Re-integratie en Werkgeversdiensten werkzoekenden actief ondersteunt en bemiddelt bij het vinden van een baan op de arbeidsmarkt en medewerkers detacheert bij diverse werkgevers in de Leidse regio. Opdrachtgevers zijn de regiogemeenten en andere partijen. Het UWV is een belangrijke samenwerkingspartner. De goede matching tussen vraag en aanbod is daarbij van cruciaal belang.’

“Vanwege mijn benen en longen kon ik niet langer in de kledingbranche blijven werken. En dus kwam ik thuis te zitten. Dagen vol verveling, somberheid. Daar helpen geen vijf hondjes, twee katten en een lieve man tegen. Vier jaar geleden kwam ik bij de afdeling chocolaterie van DZB terecht. Ik was zo blij dat ik hier aan de slag kon. Toen ik het hoorde, sprong ik een gat in de lucht. Als we ‘s ochtends binnenkomen, krijgen we allemaal een plek aangewezen. De één doet dit, de ander dat. Elke dag is anders. Soms moet ik inpakken en de chocolaatjes in doosjes doen, een andere keer bonbons in zakjes en stickeren. En we werken met verschillende soorten chocola: Belgische chocola, repen, sinterklazen en met Pasen zijn er haasjes. En allemaal voor Albert Heijn, hè! We bestaan al 25 jaar, we zijn echt een goedlopend bedrijf. Ben ik best trots op. Maar het leukste is de gezelligheid met mijn collega’s. De sfeer aan de band is sowieso goed, maar we trekken ook buiten het werk veel samen op. Paasbingo, een dagje naar de Efteling. We hebben de grootste lol. Als ik dit werk niet had gehad, weet ik niet wat ik had gemoeten. Nee, ik wil hier nooit meer weg.”

In de videofilm zie ik de dames achter de lopende band de chocolaatjes in de doosjes leggen. Tussen 1998 en 2000 kwam ik daar geregeld op bezoek en op zo’n moment viel er wel een bonbons van de band. Met een brede glimlach kreeg ik die dan in mijn handen gedrukt. ‘Lekker joh, je moet er nog van groeien.’ Mijn bezoek had te maken met een onderzoek dat ik toen in Europees verband uitvoerde. DZB had ik als case ingebracht.

Het onderzoeksrapport heb ik weer eens van de boekenplank gepakt. De gemeente Leiden was mijn ‘associate partner’. Ik lees de analyses terug van de projecten die we in een aantal Europese landen volgden, in Napels, in Malmö, in Glasgow, Duisburg en Nancy. Bijzondere ervaringen waren dat met geëngageerde beleidsvoerders en betrokken professionals en niet in de laatste plaats met de deelnemers.

  • ELSES (2000), Routes into Jobs and the Society – Local Socio-Economic Strategies in disadvantaged urban areas. Report on the European Conference Dortmund, March 30th and 31th.
  • Jaap Moes (1997). Van bedelstaf tot marktwapen. Sociale werkvoorziening in Leiden na 1795. Leiden: Dirk van Eck-Stichting.

2 antwoorden op “SNIPPERS VAN DE STRAAT – dzb”

  1. Mooi beschreven ook hoe de sfeer was bij het werk aan de lopende band. Eind jaren 60 en begin jaren 70 heb ik in de zomer regelmatig vakantiewerk gedaan in Etten-Leur. Daar stond toen o.a. een conservenfabriek. Ik deed toen vaak de nachtploeg en aan de lopende band werden daar door de dames de rotte aardbeien razendsnel van de band geplukt. Met mijn onderzoekende geest (en uit verveling) had ik bedacht hoe ik kon nagaan waarop de dames die rotte aardbeien zo snel konden spotten. Op vorm, op kleur of iets anders? Ik bedacht het om een brandende lucifer aan het begin van de band in de aardbei te steken en dan te kijken wat er zou gebeuren. Prompt werd met een gil de brandende aardbei door een van de dames vastgegrepen. Het experiment werd me niet in dank afgenomen, maar wel was duidelijk dat de afwijkende kleur ervoor zorgde dat de aardbei eruit werd gehaald.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *