GROETEN UIT LEIDEN

STATION LEIDEN

‘Stadsplannen als die voor het stationsgebied van Leiden staan of vallen met de uitvoering. Heel vaak gaat het mis: de geschiedenis van hoogbouw in Nederland kent vele plannen die op papier redelijk oogden, maar uiteindelijk resulteerden in stedelijke woestenijen. Zo wilde architect Pi de Bruijn als ontwerper en supervisor van de Zuidas in Amsterdam in de jaren negentig dat dit een ‘gezellige’ en ‘bruisende’ kantoor- en woonwijk werd, met hoge gebouwen aan pleintjes en parkjes waar zou worden gewoond, gewerkt én uitgegaan. Vijfentwintig jaar later bestaat de Zuidas voornamelijk uit somber stemmende kantoorkolossen en is de wijk op de duurste grond van Nederland ’s avonds leeg en verlaten.’ (Bernard Hulsman, 2020). NRC, 7 juli).

De architecten in Leiden zijn Willem-Jan Neutelings & Michiel Riedijk, die eerder in Leiden de vernieuwing van het Naturalis Museum hebben ontworpen en die tekortkomingen van veel hoogbouw in Nederland wisten te vermijden. Zo staan de twee woontorens – en straks ook de kantoortoren van 70 meter – niet in de open ruimte, maar zijn ze geplaatst op een ‘sokkel’ die in feite een traditioneel bouwblok is met ongeveer dezelfde hoogte als de oude gebouwen in het centrum. Het hart van het bouwblok is niet een binnenhof maar een van buiten onzichtbare parkeergarage van vijf verdiepingen met ondergronds een immense fietsenstalling, praktisch gezien de ligging van het gebouw dicht bij het Centraal Station. Het binnenhof is geschetst als dak van het plintgebouw waar een tuin is aangelegd voor de bewoners van de torens.

Verder (een beetje in jargon geformuleerd): ‘Ook de rest van de vormgeving wijkt af van die van de gebruikelijke hoogbouw in Nederland. Niet uit armzalige, glazen panelen bestaan de gevels van het plintgebouw, maar grotendeels uit robuuste, roodbruine betonnen balken en panelen met reliëf die de sokkel een stenig voorkomen geven dat bij het oude Leiden past. En de twee torens, 45 en 52 meter hoog, zijn geen simpele, staande balken met gladde, glazen gevels, maar hebben een gekartelde vorm gekregen, waardoor het lijkt alsof ze uit verschillende smalle delen zijn opgebouwd. Bovendien zijn ze bekleed met geribbeld aluminium in ijle champagnetinten, die mooi contrasteren met de aardse kleuren van de sokkel. En de toppen van de torens bestaan niet uit enkele armetierige doosjes waarin installaties zitten, maar hebben, net als de eerste wolkenkrabbers in Chicago en New York, een ornamentele afsluiting in de vorm van metalen panelen met een patroon van cirkels, een ode aan de Leidse natuurkundige Hendrik Lorentz. Zo zijn in de ‘Lorentz’ twee oude gebouwtypes – het traditionele Europese bouwblok en de driedelige oude Amerikaanse wolkenkrabber – op ingenieuze wijze met elkaar versmolten tot een modern-klassiek gebouw.’

  • De Architect. 13 mei 2020.

Ander werk van Neutelings & Riedijk architecten.

EIGEN ZORG AAN DE STATIONSWEG

  • Caren van der Meij. In de Buurt, 11 februari 2018

‘Ken je die geur die je ruikt zodra je binnenkomt in het huis van je opa of oma? Zo’n ouderwetse geur. Dat was het eerste wat ik rook toen ik binnenkwam, het voelt direct vertrouwd. Het is rustig. Er staat iemand bij het gokautomaat en een vrouw verlaat net het café. Ik zoek een tafeltje uit in het midden van het café. Petra komt naar mij toe en ik bestel een koffie. Petra is samen met haar man eigenaar van Eigenzorg en zij wonen ook boven de zaak, we raken direct aan de praat. Zo vertelt Petra dat zij het café heeft overgenomen van haar schoonouders. “Mijn man was eigenaar van Eigenzorg en ik kwam hierboven op kamers wonen. Ik ben nooit meer weggegaan. Inmiddels runnen wij meer dan 40 jaar de zaak.’

‘Het café is hier gekomen toen er net een station was in Leiden. Het interieur zoals het nu is, staat hier al 50 jaar. ‘Waarom zouden wij het veranderen?‘ Vroeger was het in Eigenzorg een drukte van jewelste. Aan de muur hangt het bewijs en Petra laat een voor een alle foto’s zien. Tegenwoordig is het een stuk rustiger, maar ermee stoppen? Daar denkt Petra niet aan! ‘Mijn man wil hier niet weg. Dit is ons leven. Inmiddels hebben wij ook geen personeel meer, ik doe nu de bediening zelf. Het hoeft niet druk te zijn, als het maar gezellig is. En weet je, ik bekijk het met de dag.’

4 antwoorden op “GROETEN UIT LEIDEN”

  1. Alle steden willen de hoogte in en ook Leiden sluit zich aan in die rij. Volgens mij bedoelen de architecten het wel goed en wordt er van alles aan gedaan om de nieuwe Leidse torens in de omgeving te laten passen, maar het blijft een vlag op een modderschuit. Het contrast met de historische Leidse binnenstad is wel groot en ik vind het jammer dat de skyline van die stad daardoor zo sterk verandert. Ze willen allemaal het succes van de Rotterdamse hoogbouw nadoen, maar dat lijkt me bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Immers de startsituatie van Rotterdam met een door de Tweede Wereldoorlog compleet vernielde binnenstad is totaal anders dan in Leiden. De vergelijking met de Zuidas gaat al helemaal mank, want daarbij heeft Hulsman gelijk: een mislukt miljardenproject.

  2. Het blijft een opgave om bij vernieuwing het eigen karakter of de identiteit van een gebied te behouden.‘Het straatbeeld’ is een vaak gebruikte term in gemeentelijke bestemmingsplannen. Wat wel in het straatbeeld past, en wie dat dan bepaalt, hoor je meestal niet. Toch wel interessante vragen, vooral over een binnenstad die steeds eentoniger wordt. Elk centrum in een moderne stad in een willekeurig land lijkt op een kopie van een kopie van een kopie – je treft er steeds weer dezelfde fastfoodrestaurants, drogisterijen, koffietenten en kledingzaken aan. Vrijheid en spontaniteit worden ingeruild voor uniformering en voorspelbaarheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *