VAN DE BOEKENPLANK – flandrien

Op de plank tussen het stapeltje sportboeken staat wat verscholen, omdat het klein van stuk is, het fotoboekje van de Vlaamse fotograaf Stephan van Fletteren. Zwart-wit foto’s van een ruig landschap waar het altijd flink lijkt te waaien en te regenen, heel soms breekt een waterig zonnetje door. Het boekje laat portretten zien van door weer en wind getekende gezichten. Bij het zien van de foto’s moet ik altijd wel Jacques Brell’s ‘Mijn vlakke land’ neuriën.

Wind, regen en keien teisteren de helden, de Flandriens.

Het beeld van de typische Vlaamse renner uit de wielergeschiedenis, die met reservebanden om de nek, met modder in het gelaat en met een gezicht dat boekdelen spreekt de streep overzwalpt, staat in Vlaanderen bekend als het beeld van de flandrien. De flandrien waarvan gezegd wordt dat Kortrijkzaan Briek Schotte de laatste telg in het flandriengeslacht was. Tegenwoordig wordt een renner die goed presteert in de wielerklassiekers de Ronde van Vlaanderen, de Omloop van het volk en Parijs – Roubaix  beschouwd als een flandrien. Thomas De GendtGreg Van Avermaet en Yves Lampaert zijn enkele voorbeelden. Maar ook Brian van Goethem heeft flandrieneigenschappen.’

Deze getekende gezichten zag Vanfletteren staan langs de parcoursen van zijn landschap.

  • IN GESPREK MET BERT

‘En niet te vergeten de Flandriens van Brabant. Bijna allemaal geboren in Sint Willebrord, bijgenaamd ’t Heike. De beroemdste was misschien wel Wim van Est. „Als ge niet kunt afzien in ’t leven, bende nergens.” Wim van Est heeft het zijn vader honderden keren horen zeggen. De eerste Nederlandse geletruidrager in de Tourgeschiedenis groeide op in Sint Willebrord, het wielerdorp van Nederland. Voor de Tweede Wereldoorlog was het een armlastig kerkdorp van boeren en smokkelaars. Na de oorlog groeide het uit tot het sportdorp van Nederland. Buiten Van Est was Sint Willebrord ook de thuishaven voor de renners Rini en Wout Wagtmans, Marinus Valentijn, Jacques Hanegraaf.
Ik herinner me Sint Willebord nog goed van mijn tijd bij de Raad voor de Kinderbescherming in Breda. Sint Willebrord was berucht voor de incest en inteelt die er op grote schaal voorkwam. Eén keer moesten drie kinderen die waren misbruikt door hun vader door de Raad voor de Kinderbescherming uit huis worden geplaatst. De politie was op voorhand ingeschakeld, maar het lukte – ondanks de aanwezigheid van de sterke arm – niet om de kinderen daar weg te krijgen. Het hele dorp blokkeerde de toegang tot het huis, want ‘het zijn onze kinderen’.
Bekend is ook het verhaal van Rini Wagtmans, de superknecht van Eddie Merckx die drie touretappes won. Hij groeide als straatjongen op in Sint Willebrord, het vrijgevochten Brabantse dorp met zijn eigen mores, een smokkelaarsoord, een vrijplaats waar iedereen wel wat op zijn kerfstok had en inteelt schering en inslag was. Zijn vader verdiende geld met smokkelen en maakte furore als de verzorger van Wim van Est en veel andere renners uit de jaren vijftig en zestig. Maar ‘Smokkel’ was ook alcoholist en sloeg er thuis op los. Hij werd veroordeeld wegens incest. Moeder Anna was volgens de klasgenootjes van Rini ‘een hoer’. Ze leidde een losbandig leven, kreeg van drie mannen kinderen, verkrachtte een zoon en verstootte Rini toen hij vijftien was. Hij kon met alleen nog een koffertje als bezit terecht bij tante Koske.
Rini Wagtmans zei ooit : ‘Wij zijn de flandriens van Brabant. Ik wist al op mijn twaalfde verjaardag dat ik wielrenner wilde worden’. ‘Ik hoef niet te leren, ik word coureur. En die hoeven alleen maar hard te kunnen fietsen’, zei hij tegen zijn leraar.”

  • DE VAL VAN WIM VAN EST

Ja Bert,

De namen van wielrenners die jij noemt ken ik uit mijn vroege jeugd. Als ik ze op een tijdlijn zet, dan zijn het nu (2020) voor mij de namen van Tom Dumoulin, Wilco Kelderman en Bouke Mollema. Tussen toen en nu, in de tussenfase van de jaren 80, is het Joop Zoetemelk. Op het prikbord boven mijn werktafel hangt een foto waar hij met een verbeten gezicht zich vastklampt aan het wiel van Hinault. Hoe vaak zijn op tv. de beelden niet herhaald van de huldiging van ‘onze’ Joop op de Champ Elysee, waar de Brabander Van Agt hem onhollands omhelst? En waar hij aan het eind van zijn wielerloopbaan winnend over de finish van het wereldkampioenschap ging? Dat was in 1985.

Terug in de tijd naar Wim van Est. Als profwielrenner praktiseerde Van Est vanaf 1949 de lessen uit zijn jeugd: dat je moet afzien als je iets wilt bereiken in het leven. Een jaar later al won hij de loodzware dagkoers Bordeaux-Parijs, een monsterrit over ruim vijfhonderdvijftig kilometer. Later volgden nog overwinningen in de rondes van Italië, van Frankrijk en van Vlaanderen. Pas op zijn tweeënveertigste zette Van Est de fiets aan de kant. Zijn naam komt voor in een overzicht van het erfgoed van Brabanders. (J. Oudheusden (2014).  Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch).

Maar mogelijk wordt het bizarre voorval, een val in een ravijn, nog jaren nadien herinnert door de fameuze slagzin van een horlogefabrikant, een van de sponsors van de Nederlandse wielerploeg: “Zeventig meter viel ik diep. M’n hart stond stil, maar m’n Pontiac liep.” Dramatisch was natuurlijk deze val, maar misschien nog wel het meest omdat ‘Wimme’ die ochtend als eerste Nederlander in de geschiedenis in de gele trui gestart was. De dag tevoren had hij met overmacht de leiderspositie in het algemeen klassement veroverd. Sportminnend Nederland stond op zijn kop, maar meteen vroeg men zich af hoe lang Van Est het geel zou kunnen houden. Want de karavaan ging nu de Pyreneeën in en het hooggebergte was onbekend terrein voor de Brabander. Sterker nog, hij had nog nooit een ‘col’ gezien. de beklimming van de Aubisque moest hij lossen, op de top had hij drie minuten achterstand. Met een roekeloze afdaling wilde hij dat goedmaken. Veertig jaar later vertelde hij daarover, als was het gisteren gebeurd, tegen de schrijver Jan Siebelink: “De Italiaan Magni kwam in de afdaling over me heen. Ik voelde me sterk. Ik riep tegen mezelf: ‘En nou koe’se jongen, ‘ard, ‘eel ‘ard koe’se’. Ik zette dus aan, mijn achterband klapte, ik zag Magni de bocht omgaan, ik ging recht op dat moerige grind af en reed het ravijn in.” Ook toen deed Van Est zijn bijnaam ‘IJzeren Willem’ eer aan. Op wat schrammen en ontvellingen na, mankeerde hij niets. Hij werd aan een lijn van aaneengeknoopte fietsbanden omhoog getrokken en eenmaal boven verbijsterde hij iedereen door te vragen naar zijn fiets. Van Est had eigenlijk meteen weer verder willen rijden en kon maar met moeite overgehaald worden om eerst voor controle naar het ziekenhuis te gaan.

  • Tenslotte Bert,

Jouw verhaal over Sint Willibrord wordt mooi in beeld gebracht in het volgende filmpje waar ooggetuigen over het wielerleven in dat Brabantse dorp praten.

  • NAWOORD

Op internet zie ik dat een poster van Fausto Coppi te koop is. De beklimming van de Col du Tourmalet door hem in 1949. Op mijn prikbord boven mijn werktafel is nog een plekje vrij.

Op mijn boekenplank heb ik al een prachtig (foto)boek van deze held. De auteur is Frederick Backelandt. In de proloog lees ik: ‘Ik hoorde de naam voor het eerst eind jaren negentig van de vorige eeuw, toen ik op de televisie nietsvermoedend de prent ‘Il Grande Fausto’ meepikte. Het bleek om de verfilming te zijn van het leven van Fousto Angelo Coppi te gaan. Blijkbaar een van’ de allergrootste wielrenners aller tijden.’ Voor hem was een fascinatie begonnen. De triomfen op de fiets, de tragedie van de roem, de Tweede wereldoorlog als cesuur, de rivaliteit met die andere wereldkampioen Gino Bartali, zijn verboden liefde met de Witte Dame, zijn tragische dood…’

‘De Italiaan Coppi is het stralend middelpunt in het boek. De verhalen van zijn landgenoten Andrea Carrea, Fiorenzo Magni, de Vlaming Roger Decock en de Nederlander Jan Nolten (‘De Hollandse Coppi’) zijn onvervalst melancholisch. Maar mooier zijn de foto’s van Stephan Vanfleteren, die de generatiegenoten van Coppi – in 1960 op 40-jarige leeftijd overleden – op indringende wijze portretteert, in zwart-wit. Verweerde koppen, diepe groeven – zo had Coppi er nu ook uitgezien. Waarschijnlijk. Het boek – ingebonden in lichtblauw linnen – doet verlangen naar het begin van de jaren vijftig, toen het wielrennen onschuldig was. Of beter: leek.’ (Trouw, 2 maart 2013).

En zo is met deze wielerportretten van Van Fleteren , jaargenoten van Coppi, de cirkel in deze blog weer rond.

5 antwoorden op “VAN DE BOEKENPLANK – flandrien”

  1. De Echte Flandrien was niet alleen machtig in zijn sport maar ook in het dagelijks leven. Op weg naar een zakenrelatie in Gistel, bij Oostende, kreeg ik een bekeuring voor een snelheidsovertreding. Aangekomen bij mijn klant was ik daarover behoorlijk pissig. “ ik bel de buurman wel even” zei mijn klant. Die belde vijf minuten later terug: ‘ geregeld” en dus nooit een boete betaald. Wie die buurman was vroeg ik?
    Herman van Springel…..

  2. En dan St Willebrord. Na de lagere school zat ik een paar maanden op een kostschool in Oudenbosch. En als sterspeler van het plaatselijke aspiranten-elftal moest ik uit tegen Rood Wit St Willebrord. Ik begreep toen niet waarom maar de elftalleider verzocht ons dringend om de tegenstander niet uit te lachen als ze zes tenen aan de voet hadden,,,

  3. EEN TOEGIFT

    Het filmmuseum Eye vond in de kelders de film over de Ronde van Frankrijk 1953. ‘Heel erg de jaren 50’ Waarin de Nederlandse wielerploeg van Pellenaars (altijd een bolknak in zijn mond) en de helden als Rini Wagtmans, Gerrit Voorting, Jan Nolten, Wim van Est (altijd een reserveband om de schouders) op de voet gevolgd werd. Drie weken lang volgde het gerenommeerde Haghe-filmproductiebedrijf de Tour de France. Nederland was in die jaren Tour-gek en de filmmakers vielen in 1953 met hun neus in de boter: de Nederlanders wonnen liefst vijf etappes én het landenklassement.

    https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=&ved=2ahUKEwiTgtudldLsAhWBGuwKHQ2TB4kQFjAGegQIAxAC&url=https%3A%2F%2Fnos.nl%2Fl%2F2043272&usg=AOvVaw0xaKqDtfcKa7ZNRpe6xZFN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *