VAN DE BOEKENPLANK – willem wilmink

Verzamelde liedjes en gedichten Bert Bakker / 5e druk 1999.

EEN VRIEND ZIEN HUILEN

Hoorde op Radio 1 (19 februari 2021) in het programma ‘De Taalstaat’ het lied ‘Een vriend zien huilen’ gezongen door Herman van Veen. Ik weet dat de originele versie van Jacques Brel is, maar niet dat het door Willem Wilmink vertaald is. In het Nederlands wordt het ook gezongen door Thé Lau, Liesbeth List, Johan Verminnen en meer artiesten en natuurlijk door Jacques Brel zelf.

Natuurlijk wordt alom gestreden en zwijgt voor velen de muziek,
De tederheid is overleden
En de illusies zijn doodziek.
Natuurlijk laat zich alles kopen
Voor wie er maar het meeste biedt
En worden bloemen stukgelopen
Maar een vriend zien huilen kan ik niet.

Natuurlijk hebben wij verloren
En wacht de dood ons aan het eind,
Met onze schouders ver naar voren
Staan wij nog amper overeind.
Natuurlijk zijn we vaak bedrogen
En liggen vogels in het riet
Die voor het laatst hebben gevlogen
Maar een vriend zien huilen kan ik niet.

Worden er steden stukgesmeten
Door kinderen van vijftig jaar
Dan wordt het leed weer gauw vergeten
Voor nieuw verdriet of nieuw gevaar.
En de stations vol met verdwaalden,
Al te ver heen voor elk verdriet,
Geen enk’le waarheid die het haalde,
Maar een vriend zien huilen kan ik niet.

Natuurlijk spiegels zijn integer:
Geen moed genoeg om jood te zijn,
Niet elegant genoeg voor neger,
Geen licht, alleen maar valse schijn.
In eigen kilheid zo gevangen
Dat men voor liefde zich verschuilt,
Zo aan het eind van elk verlangen,
Maar dan een vriend te zien die huilt.

Bien sûr il y a les guerres d’Irlande
Et les peuplades sans musique
Bien sûr tout ce manque de tendres
Il n’y a plus d’Amérique
Bien sûr l’argent n’a pas d’odeur
Mais pas d’odeur me monte au nez
Bien sûr on marche sur les fleurs

Mais pas voir un ami pleurer

Bien sûr il y a nos défaites
Et puis la mort qui est tout au bout
Nos corps inclinent déjà la tête
Étonnés d’être encore debout
Bien sûr les femmes infidèles
Et les oiseaux assassinés

Mais mais voir un ami pleurer

Bien sûr ces villes épuisées
Par ces enfants de cinquante ans
Notre impuissance à les aider
Et nos amours qui ont mal aux dents
Bien sûr le temps qui va trop vite
S’aimer trop remplit de noyer

Mais mais voir un ami pleurer

  • DE DICHTER

Hebben we het over dichters, dan noem ik als ’n favoriet Willem Wilmink. De bundels van hem heb ik hier op de plank staan. Mag deze daar graag zo nu en dan van afnemen. Samen met Hans Dorrestein, Karel Eijkman, Ries Moonen, e.a. vormde hij in 1970 het schrijverscollectief dat schreef voor televisieprogramma’s als: ‘De Stratemakeropzeeshow’, ‘Het Klokhuis’, ‘De Film van Ome Willem’, ‘Sesamstraat’, ‘J.J. de Bom, voorheen de Kindervriend’ en ‘Kinderen voor kinderen’. Ook schreef hij vele liedjes voor musicals. 

  • TUKKER

Wilmink had een speciale band met Twente. Hij is niet alleen in de Javastraat in Enschede geboren, maar er ook gestorven. Eens uitgevlogen wilde hij op latere leeftijd terug naar Twente. Willem Wilmink sprak net als zijn vriend Herman Finkers, ook zo’n favoriet van mij, met een Twents accent. Hij schreef ook in het Twents, in ‘ ’t Kupersdieks’ zoals hijzelf noemde. Een van zijn mooiste gedichten in het Twents staat in ‘Heftan Tattat! Gedichn in ’t stadsplat’.

  • ZO ROND HET HUIS

Wilmink koos de onderwerpen dicht bij huis. Hij schreef over Frekie, een imbeciel, een mongool zoals ze hem in de buurt noemden. Hij was waarschijnlijk ook in het echt een buurjongetje van Willem geweest, volgens een oude buurvrouw van Willem. Of schreef hij over zijn broertje, een ‘aardig ventje, dat wel, dat wel!. (Verzamelde liedjes en gedichten, blz. 171). Maar ook zijn geliefde Enschede, Amsterdam, Ootmarsum en Almelo zijn bronnen voor zijn gedichten. En niet te vergeten het cafeetje Het Bolwerk waar altijd een Duveltje voor hem klaar stond. ‘In Het Bolwerk bij de Markt / wil ik overlijden, / met een Duvel van het schap / voordat ik moet scheiden.‘ (Verzamelde liedjes en gedichten, blz. 1021)

  • DOOD

Dood zijn duurt zo lang‘ schreef hij in een gedicht, waarin hij zich afvraagt hoe het zal zijn om dood te zijn: ‘Als je dood bent, droom je dan? / En waar droom je dan wel van?‘(Verzamelde liedjes en gedichten, blz. 834). Hier uitgevoerd door Tommy van Sesamstraat als ode aan Aart Staartjes, ook weer een vriend.

Als afscheid schreef Willem op het eind van zijn leven: 

Als ik dood ben, moeten jullie / mijn verhalen doorvertellen. / Als iemand getroost moet worden, / kunnen jullie altijd bellen. In het stralendst van de hemel / zal ik niet zijn neergezeten / want daar is allang geen plaats meer / voor neurotische poëten, Ik ben niet meer op aarde, / maar je kunt me heel goed vinden: / bel gewoon Harry Banninck/ en hij zal je doorverbinden. (Verzamelde liedjes en gedichten, blz. 1275).

De laatste momenten van het leven van Willem Wilmink beschrijft Elsbeth Etty in haar biografie, sober maar niet minder invoelbaar: ‘Op zaterdagavond 2 augustus 2003 zette hij de muziek voor zijn uitvaart op en dronk een goed glas Belgisch bier, een Rochefort 10. Hij nam zijn medicijnen en viel rond negen uur onder de klanken van Mozarts ‘Gran Partita’ in slaap. Even na elf uur stierf hij in het bijzijn van Wobke.


  • VOETNOOT
  1. Bronnen: Kunstbus; Elisabeth Etty (2019). In de man zit nog een jongen. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.
  2. Ach mien jongn, die kom bie us weg‘ zei mijn vader eens toen ik hem de naam Wilmink noemde. Door mij hier vast verkeerd geschreven, maar hoe het wel moet is op te zoeken in het Twents woordenboek.
  3. De documentaire over Wilmink.
  • EEN TOEGIFT

Deze bloemlezing (in quotes):

  • Ach, zou die school d’r nog wel zijn
    Kastanje-bomen op het plein
    De zware deur
    Platen van ridders met hun kruis
    En van Goe-jan-verwellesluis
    Geheel in kleur
    Die mooie school daar stond je
    Met een pas gejatte sigaret
    In ’t fietsenrek
    Daar nam je bibberig en scheel
    En van ellende groen en geel
    Opnieuw een trek
    En als de meester jarig was
    Werd het rumoerig in de klas
    En zat je daar
    En je verwachte zo direct
    Een uiterst boeiend knaleffect
    De klapsigaar
    Je speelde in een schooltoernooi
    En het begin was wondermooi
    Fijn voetbalweer
    Je kreeg met 10-1 op je smoel
    De kleine keeper in zijn doel
    Hij weende zeer

De najaarsblaren op de grond
Daar stapte je zo fijn in ’t rond
De school voorbij
En ’s winters was de kachel heet
En als je daar dan sneeuw in smeet
Dan siste hijJada da da, dada da da da dada da dada
Het moet er allemaal nog zijn
De deur, de bomen en het plein, de grote heg
Alleen die mooie lichte plaat waarop een kleine dessa staat
Is misschien weg
Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Floris, Timor, Enzovoort

  • ‘deze vuist op deze vuist
    deze vuist op deze vuist
    deze vuist op deze vuist
    en zo klim ik naar boven…’
  • Je voelt je razendsnel vertrouwd
    met oude steden, fraai gebouwd
    om torens heen:
    al kende je daar heg noch steg,
    na een klein uur vind je de weg
    heel goed alleen.

    Maar neem een wijk uit onze tijd:
    je raakt er vaak de weg nog kwijt
    na honderd keer.
    Zelfs in één bouwwerk, één kantoor,
    zoek je je rot, de jaren door
    en telkens weer.

    Ach, architecten van vandaag,
    ik zoek een antwoord op de vraag
    waarom u faalt:
    waarom is bijna elk ontwerp
    zo zonder hart en zo onscherp
    dat men verdwaalt?
  • de meisjes uit vervlogen dagen
    we weten niet meer waar ze wonen
    nooit zullen zij zich meer vertonen
    waar wij weleer hun lichaam zagen
  • Op een slagveld klonk een stem, 
    was van ver te horen, 
    zong dat er in Bethlehem 
    een kindje was geboren.
    In die nacht zo stil en groot 
    zwegen de kanonnen, 
    die zijn bij het morgenrood 
    toch opnieuw begonnen.
  • Soms in de nacht als je naast me ligt,
    als je naast me ligt met je meidengezicht,
    dan heb ik je weer zo lief.
    En ik denk met trots aan ons kleine gezin,
    en ik denk: er zit wel samenhang in,
    het biedt wel perspectief.
  • Grouwe gebauwen, louwe thee, 
    holadio, holadié, 
    word je broer dominee? 
    Heel gemakkelijk, zo’n dictee. 

Joost Prinsen voerde wat werk van Wilmink uit. Zoals Frekie, het buurjongetje van Wim en over Ben Ali libi de goochelaar die werd vermoord.

4 antwoorden op “VAN DE BOEKENPLANK – willem wilmink”

  1. De oude school. 1971 theater Tingeltangel , van Sieto Hoving, perfecte harmony, Don Quishocking, muziek Pieter van Empelen.. als ik niet zo’n digibeet was had ik er nu vast een linkje aangehangen.
    Het was de tijd van Barend Biesheuvel en Marga Klompe.
    Marga heeft een biesje aan haar heuvel..
    Don Quishocking had de slappe lach na deze improvisatie van Kloters.
    In de trein terug naar Bussum met zijn allen alleen maar de oude school gezongen, iets minder harmonieus .
    Zeg Wilmink en wij draaien..

  2. Enorm, Ton, dat je na een liedje op de radio (ik luisterde toevallig ook, maar met een half oor) zo volledig uitpakt!
    ‘Een vriend zien huilen..’. Prachtig lied, qua melodie en poëzie, die ik maar deels vat (maar daar is het poëzie voor). Heb helaas een haat-liefdeverhouding met DE Nederlandse vertolker ervan: Herman van Veen. C’est ça!
    De Franse versie van Brel zelf hoorde ik recent in een aflevering van een de wandeldocu ‘Dwars door België’. De hoofdpersoon, bekend van een eerdere serie waarin praktisch de hele kust van de Noordzee wordt afgelopen, belt na veel zoeken het huis waar hij op de middelbare school logeerde voor een zomercursus Frans. Tot ieders groot verdriet blijkt zo ongeveer het hele gezin dat hem huisvestte te zijn overleden, een leeftijdgenoot incluis. Terwijl de tranen aan beide kanten worden weggeveegd, klinkt Brel. Nu ik het weer ophaal en beschrijf, Terwijl ik dit ophaal word ik er weer emotioneel van.
    Klasse, die Brel!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *